Zoals beloofd nemen we je vandaag mee naar een andere wereld. Niet de wereld van onze avonturen maar de wereld zoals deze er voor anderen uit ziet. De keerzijde van het goede leven dat wij kennen, de keerzijde van de luxe van een prachtige wereldreis door een geweldig continent waar corruptie de beste manier is om je gezin te onderhouden, waar gerechtigheid nog uitgevonden moet worden, en waar de rijken schouderophalend genieten van hun rijkdom terwijl landgenoten zichtbaar lijden. Hier enerzijds het verhaal over de bedroevende situatie van een land dat over alle middelen beschikt om de schrijnende armoede uit te bannen maar dit niet doet omdat er dan minder overblijft voor die 5% die toch al stinkend rijk is. Anderzijds is hier het hoopgevende verhaal over de stichting IBISS, die ondanks alle corruptie, de vele drugsdealers, het enorme aantal daklozen, en de moeizame communicatie met de overheid, doorgaat met hun strijd tegen de uitbuiting, de oneerlijkheid en de desocialisatie in dit land. Twee werelden, één land: De keerzijde van Brazilië.
We lopen door een businessdistrict waar links en rechts de goed geklede zakenmensen om ons heen schieten. De keurige pakken, gepoetste schoenen en lederen aktetassen staan in schril contrast met de andere straatbeelden van Brazilië. In de verte zie ik een grote kar aan komen die getrokken wordt door een man op leeftijd. De man staat als een paard voor de kar en trekt de kar door de twee stangen aan weerzijde van zijn lichaam achter zich aan te trekken. Zijn korte broek is gehavend, zijn voeten zijn bloot en een t-shirt ontbreekt. Vastberaden loopt de man met een door de zon verbrand gezicht richting een kruispunt terwijl zijn magere lichaam zijn harde werken verraad. Jor en ik lopen aan de overkant van de straat als één van de wielen van zijn kar vast komt te zitten in een gat in de weg. De lading van bakstenen, zakken cement en andere bouwmaterialen is zo zwaar dat trekken geen zin heeft. De man wrikt minuten lang, houdt even op om op adem te komen en de zweetdruppels van zijn voorhoofd te vegen en gaat onvermoeibaar door: opgeven in dit land is geen optie.
Verbaasd staan wij aan de overkant. Verbaasd omdat niemand deze man te hulp schiet, niemand ook maar omkijkt, niemand zich om hem bekommerd. Het lijkt wel een film waarbij de man in slowmotion door de straat voort strompelt terwijl de wereld in hoogtempo aan hem voorbij schiet. Uiteindelijk lukt het hem zelfstandig de kar los te krijgen en met zijn lichaam naar voren gebogen het tempo te hervatten, ons verbrouwereerd achter latend…
Het is zondag als de taxi ons voor het huis van de oprichters van IBISS afzet. Anna begroet ons hartelijk, vertelt honderduit over hun achtergrond, hun keuze voor Brazilië en de werkzaamheden van de stichting en voor we het weten zitten we met z´n drieen in haar auto op weg naar de farvela. Tijdens de half uur durende autorit (Rio is zo groot als de provincie Utrecht) vertelt Anna over de problemen waar de inwoners van Rio mee kampen. School die gratis is voor de jeugd, maar ouders die met geen mogelijkheid geld voor de busreis naar school kunnen betalen; Ouders die hun kinderen bewust niet naar school laten gaan omdat ze handig zijn als bedel-element; De vele kindsoldaten in de arme wijken, kinderen vanaf een jaar of 8 die de wijken van drugsdealers bewaken en waarvan de helft de leeftijd van 15 niet haalt omdat ze als eerste sneuvelen in de vele gevechten met de politie, Maar ook de jonge meisjes (vanaf 8 jaar) die als maagd opgeeist kunnen worden door de baas van de wijk ter ontmaagding (de baas zal zich niet direct vergrijpen aan een achtjarige maar heeft het recht zodra zij volwassener is zich haar toe te eigenen), of meisjes vanaf 14 jaar die proberen zwanger raken van een drugsdealer omdat dit aanzien geeft waarbij ze trots met het kind door de wijk paraderen totdat de baas er genoeg van heeft en het verbied waarbij de woede van het meisje zich vaak op de baby richt of het kind gewoonweg voor de deur van een ziekenhuis ter vondeling wordt gelegd. Problemen die ons verstand te boven gaan en die roepen om hulp en aandacht.
Vanwege de dag van het kind is in één van de arme wijken van Rio een groot feest georganiseerd voor de kansarme kinderen. Kinderen die geen verjaardagscadeautjes kennen, die niet zoals wij zorgeloos rondrijden op hun fiets. Kinderen waarvoor een potlood of een simpele bal al reden is tot euforie. Kinderen die moeten werken zodra ze kunnen lopen en waarbij de toekomst hen niet veel meer zal bieden dan ploeteren, zwoegen en onopgemerkt blijven. Speciaal voor deze kleintjes zet IBISS zich (onder andere) in. Door vervoer naar school te regelen met lunchpakketjes, door voorlichting te geven over sex en drugs, door te onderhandelen met dealers om zo kindsoldaten vrij te krijgen, door kinderen te beschermen tegen uitbuiting en zo hun kansen in dit land te vergroten. Het feest ter ere van de dag van het kind is een feest waar de hele wijk naar toe leeft en wij kregen de mogelijkheid een beetje in deze vreugde te delen waarbij we met open armen werden ontvangen! Leef mee met onze dag:
Bij aankomst staat de hele straat al vol. Jong en oud heeft een glimlach van oor tot oor en overal horen we vrolijke klanken en uitbundig lachen. De aller kleinsten lopen met kleine zakjes ships die zojuist zijn uitgedeeld en weten niet hoe snel ze de volledige inhoud in hun gulzige mondjes moeten stoppen. De blikken richten zich heel even op ons maar gaan vervolgens direct weer naar het zakje wat beduidend interessanter is dan twee blanke bezoekers. Aangekomen bij de organisator worden we vrolijk begroet door een enorme man met een fantastische lach. Knuffels, kussen, foto´s, wat te drinken, nog meer foto´s en een rondleiding volgen. Voor de kinderen is een loterij georganiseerd waarbij er voor iedereen iets is. Hoofdprijzen zijn stoere fietsjes maar ook poppen, voetballen en boekjes liggen op de enorme stapel. In een hoek staat een grote trampoline waar enthousiaste kreten vandaan komen en even verder op staat een gigantische kleurige taart die vrij snel aan de beurt is. Een slinger van mensen staat keurig te wachten tot ze een plakje krijgen waarbij een groep meisjes zichbaar geniet terwijl ze het gebakje met zorgvuldige kleine hapjes naar binnen werken om zo het genot langer te laten duren. Ook wij mogen mee delen in het eten en ook al hebben deze mensen weinig, ons komt niets te kort. Taart, drinken, ijs, alcoholische versnaperingen, hapjes, nog meer drankjes, alles wordt gedeeld.
Uren hebben we rond gelopen en mee gefeest. In gebrekkig Portugees en met een flinke dosis gebarentaal, hebben we hele gesprekken gevoerd met de kinderen die in een cirkel om ons heen stonden. De vragen bleven maar komen: Waar komen jullie vandaan?, hoe oud zijn jullie?, wat is jullie naam?, zijn jullie getrouwd? alles wilden ze weten. Vooral mijn vorige reis door Brazilie trok hun aandacht waarbij ik wel vijf keer de steden heb moeten opnoemen die ik in Brazilie gezien heb terwijl er steeds meer vriendjes en vriendinnentjes bijgehaald werden en ik bij iedere opgenoemde stad steeds weer een oeh! en een ah! als beloning kreeg. Met de meisjes heb ik staan dansen terwijl ze me giebelend probeerden danspajes te leren en met de jongens heb ik wat engelse woordjes doorgenomen omdat ze zo nieuwsgierig waren. Een feestelijke dag met zoveel enthousiasme, nieuwsgierigheid en saamhorigheid, maar tegelijker tijd een dag die je aan het denken zet. Die je doet beseffen wat je hebt en hoe belangrijk het is dat wij ons hier voor inzetten.
Na afscheid te hebben genomen van de kinderen en vele knuffels te hebben ontvangen, beginnen we moe maar voldaan aan onze terugreis. Tijdens de terugrit komen we toevallig op de situatie van de man met de kar. We vertellen Anna over onze ongeloof, hoe kan het dat mensen onder dergelijke omstandigheden moeten leven? Hoe kan het leven zo hard zijn? Hoe, hoe, hoe? Haar antwoord gaat volledig tegen onze verwachtingen in en opent onze ogen die gesloten bleken door onze bril van westerse normen en waarden. Anna: In een stad waar meer dan de helft van de bevolking in sloppenwijken leeft, waar miljoenen mensen geen baan hebben en daardoor hun familie niet kunnen onderhouden, heeft de man met de kar relatief geluk. De kar is namelijk zijn eigendom, een eigendom die maar weinigen bezitten. De spullen op de kar geven aan dat de man werk heeft, werk wat maar weinigen in Rio hebben. Werk betekent dat deze man zijn gezin zelf kan onderhouden, een voorrecht dat maar voor weinigen hier is weggelegd¨.
Het leed dat wij dachten te zien blijkt dus eigenlijk het geluk van een hardwerkende Braziliaan die bevoorrecht is eigendom te hebben en zijn gezin te kunnen onderhouden. De keerzijde dus… voor ons stof tot nadenken!