Door het gebrek aan internet in Cuba en de torenhoge kosten op andere locaties is het na weken van stilte hoog tijd voor nieuws van het front. Na ons laatste bericht over Bolivia, is het nu tijd Peru aan jullie voor te stellen: het land van de Inca’s, de verloren stad Macchu Piccu en van de tropische oases in dorre woestijnen. Vandaag neemt Jor de pen (en redigeert controlfreak Viola
), om jullie mee te laten genieten van zijn belevingswereld. We gaan verder waar we jullie achtergelaten hebben, namelijk de oversteek van Bolivia naar Peru. Enjoy!
“On the road” naar Cuzco nemen we ons voor tomeloos te genieten we van alles wat het prachtige landschap te bieden heeft. Helaas blijken Peruvianen te beschikken over een enorm zwak voor Jackie Chan, en dan vooral zijn werk in het genre actie comedy daterend van eind jaren zeventig en begin jaren tachtig, waardoor ons voornemen iet wat afwijkt van de negen uur durende realiteit. Alhoewel we zelf nooit fan zijn geweest van de beste man maar een Rush Hour kunnen wij nog wel verteren, blijkt Negen uur lang verplicht de meest idiote films bekijken, terwijl de beroerde Spaans nagesynchroniseerde ellende uit de speakers schalt, onverdraagbaar voor een zelfrespecterend individu. Murw geslagen van dit buitensporig leed, mede veroorzaakt door de irritatie die de locals in ons wisten op te wekken doordat zij bij film vijf even hard en frequent lachten als bij film één en in mijn (Jordi’s) lichaam nog een ontbering nasmeulde van de voortreffelijke pizzapunt in La Paz, kwamen wij aan in de keizerlijke stad Cusco. Bij het aanschouwen van deze, bijna transcedent te noemen, stad verdween het zelfmedelijden echter net zo snel als dat de Spaanse conquistadores de Inca beschaving (met Cuzco als centrum of ´navelstreng´ van hun rijk) hebben weggevaagd.
Veel tijd om te herstellen of uit te rusten van al hetgeen was voorgevallen, hadden wij niet, daar onze Alternative Inca Trail een dag later alweer vertrok. Op een, voor de verandering, heel aardig tijdstip vertrokken we met een minivan gevuld met (New) Amsterdammers (oftewel New Yorkers) richting 4500m om, genietend van alles wat de Sacred Valley te bieden heeft en filosoferend over of de tolerantie en progressiviteit die de New Yorkers heden ten dage etaleren een direct gevolg is van de Nederlandse aanwezigheid in hun stad, ons aldaar in Alpaca gehulde gewaden, 80 kilometer downhill te storten over geasfalteerde wegen en dirt roads. Volledig gesloopt van dit avontuur genoten wij een heerlijke koude douche, een voortreffelijk diner en een uitmuntende nachtrust om de volgende dag op een verdoofd tijdstip de hardloopschoenen onder te binden voor twee dagen vertier in de bergen. Deze dagen wandelen over de ‘alternative’ Inca Trial werden gekenmerkt door lange zware tochten berg op en berg af (7 uur per dag), goede gesprekken, slechte grappen, veel Amerikaanse, Nederlandse en Peruviaanse geschiedenis, veel aardbeien lollies en 35 kilometer. Op dag twee mochten wij aan het einde van de dag onze verzuurde spieren trakteren op verscheidene natuurlijke warmwaterbronnen die in the-middle-of-nowhere verscholen lagen en plots in het zicht verschenen. Aan het einde van dag drie stond ons, bij aankomst in de als ‘tourist trap’ gekarakteriseerde stad Aguas Calientes, een waar feestmaal te wachten. De overduidelijke apotheose van deze vierdaagse Inca Trail was, uiteraard, de Machu Picchu, de vergeten mystieke stad gebouwd rond 1460 (de tijd dat het Inca rijk op zijn sterkst was), maar na slechts honderd jaar alweer verlaten ten tijde (en vanwege) de Spaanse verovering van het Inca rijk. Gezien het toeristische karakter van de Machu Picchu zal ik een verder schrijven daaromtrent laten rusten en verwijs ik met liefde naar de foto’s (en wikipedia).Onze verzuurde spieren behoefde na drie dagen fysiek geweld nadere beweging en daarom besloten we tevens de Wayna Picchu te beklimmen. Deze ‘jonge (berg) piek’ geeft een ongelooflijk uitzicht op de Machu Picchu en is een van de hoogste bergen in de omgeving, waardoor je je (niet figuurlijk) on-top-of-the-world voelt.
Na drie dagen in Cusco was de tijd rijp verder te reizen naar Arequipa, La Ciudad Blanca (de witte stad). Deze wonderlijk schone stad bezit een veelvoud aan kloosters, kerken, musea en andere architectonische hoogstandjes en vanuit cultureel oogpunt was het zeer de moeite waard hier enkele dagen te vertoeven. Hoogtepunten waren het Santa Catalina klooster en Juanita, een jong Inca meisje en 500 jaar oude, perfect geconserveerde, mummy; bizar. Na drie dagen was het echter mooi geweest en zochten wij, na een overnachting in Nazca en een cessnavlucht over de gelijknamige lijnen, onze toevlucht in Huacachina, een, van origine voor de elite van Peru opgetrokken vakantie resort, door de backpacker overgenomen, 200 inwoners tellend, gehucht gebouwd rondom een oase midden in de zandduinen in het westen van Peru. Onze dagen werden daar gevuld met sandboarden, buggyriding, asshole (een kaartspel dat ons werd geleerd door (en werd gespeeld met) twee Aussies), Hemmingway’s favorite daiquiri, Gabriel Garcia Marques, Neil Strauss en meer in het algemeen, onspanning. Na een korte stop in Lima, waar wij in alle toevalligheid dineerden met een aloude bekende en de enige bezienswaardigheid in Lima bezochten, de catacombes van de Iglesia de San Francisco, vertokken wij richting de Caribbean waar we jullie de volgende keer mee over vertellen!
Hasta Luego!